Drie Twentse scholen starten techniekopleiding voor meisjesdonderdag 3 september 2009 |
|
In Nederland kampt de technische sector met een tekort aan personeel, zeker op lange termijn. Tegelijk is techniek nog steeds vooral een wereld van jongens en mannen, waarin weinig vrouwen werken. In Twente zien drie scholen daarin een kans om extra mensen voor de techniek te werven. De mbo-colleges techniek van het ROC van Twente en de technische vmbo-opleidingen van het Pius X College en de Scholingsboulevard Enschede starten een gezamenlijk project om hun technische opleidingen zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor meisjes. Leerlingen van de genoemde Twentse vmbo-scholen kunnen vanaf het derde jaar vmbo kiezen voor het vernieuwde opleidingstraject. Dit traject vormt de start van een doorlopende leerlijn tot en met het laatste jaar van het mbo. Het is een gecertificeerde opleiding, met een volwaardig curriculum, onderwijsaanbod en diplomering. Volgens planning zal het nieuwe curriculum in het schooljaar 2010 - 2011 van start gaan. Tot die tijd wordt het curriculum ontwikkeld, docenten getraind en leerlingen geworven met speciale campagnes. Vrouwelijke leerstijl Wat de opleiding speciaal maakt, is een meer op meisjes gerichte stijl van leren. ‘Meisjes zijn minstens zo goed in exacte vakken als jongens’, vertelt Eugene van Wijk, projectleider Technologie van het ROC van Twente, ‘alleen leren ze op een andere manier’. Hij geeft een voorbeeld: ‘Geef een groep jongens een apparaat en ze halen het uit elkaar om te kijken hoe het werkt. Meisjes kijken eerder naar de functie en vormgeving van een apparaat. Een vrouwelijke leerstijl brengt met zich mee dat we, behalve aan de pure techniek, veel aandacht geven aan de functionaliteit, de vormgeving en de gebruikersomgeving van technische producten. Dit betekent aanpassing van praktijkopdrachten en combinaties zoeken met vakken waarin functioneel design en gebruikersacceptatie een rol spelen, die meer gericht zijn op de toepassing van techniek: zogenaamde snijvlakvakken. Het betekent niet dat we met roze hamers gaan slaan!’ Ook de docenten en locaties spelen een rol in de plannen om het meisjes naar de zin te maken. ‘We gaan docenten voorlichten en trainen op het gebied van het kennen en toepassen van verschillen in leerstijlen tussen jongens en meisjes’, zegt Van Wijk. ‘Ook de look-and-feel van lokalen kan anders. Bij de opleiding interieuradviseur, waar overigens veel meisjes aan deelnemen, gebruiken ze bijvoorbeeld moodboards, om de sfeer, materiaalkeuze, kleurstelling en vormgeving te bepalen. Dat zouden we bij andere techniekvakken ook kunnen doen. Aan de lokalen waar de machines staan verander je niet veel, maar we kunnen wel lokalen inrichten waar leerlingen de resultaten van hun werk achter de machine verder kunnen bewerken, vormgeven en presenteren. Dat spreekt meisjes aan.’ Zelfvertrouwen Techniek blijft niettemin een traditioneel jongensvak. De meeste huidige techniekvakken op het roc en de vmbo’s tellen slechts enkele meisjes als leerling. Die moeten zich dan handhaven in een groep met jongens en een op jongens gerichte onderwijsstijl en –inhoud. ‘We willen tijdens de opleiding ook het zelfvertrouwen van meisjes in de techniek versterken. Dat hopen we te bereiken door de meisjes in groepsverband ervaringen en opdrachten te laten bespreken, zonder jongens erbij. Stageplekken regelen we bij bedrijven met een vrouwvriendelijke cultuur, waar al meerdere vrouwen werken’, zegt Van Wijk. Ook de bedrijven kunnen een beroep doen op de projectpartners voor ondersteuning bij het geschikter en aantrekkelijker maken van hun bedrijf voor meisjes en vrouwen. De scholen beogen overigens geen aparte meisjesschool. Jongens zijn nadrukkelijk ook welkom bij de nieuwe curricula. Van Wijk: ‘De huidige manier van leren is vooral gericht op jongens. Wat wij willen doen, is die manier verbreden met specifiek op meisjes gericht onderwijs, zodat we onze doelgroep vergroten. Het blijft één opleiding, waar ook jongens welkom zijn’. Van Wijk denkt zelfs niet dat de nieuwe aanpak ongemerkt zal leiden tot gescheiden opleidingen. ‘Sommige vakken zullen meer meisjes trekken dan jongens en andersom. Dat maakt niet uit. Ook in vakken waar slechts drie van de twintig leerlingen meisjes zijn, zullen we meisjesgericht onderwijs gaan geven. De Glazen muur De aanleiding voor het project is allereerst het groeiende tekort aan technisch personeel. ‘Ondanks de crisis krijgen we op lange termijn een tekort van 70.000 werknemers in de techniek in Nederland. Dat is schrikbarend’, zegt Thom Weterings. Hij is namens het Technocentrum Twente betrokken bij het project. ‘Daarom willen we techniek aantrekkelijk maken voor een bredere doelgroep’. De directe aanleiding voor dit project was de afsluiting van het project ‘De Glazen Muur’. Dat was erop gericht de horizontale beroepssegregatie te doorbreken, ofwel het bestaan van ‘mannen- en vrouwenberoepen’. ‘We vonden het zonde om de resultaten van dat project te laten liggen’, zegt Weterings. ‘Dat meisjes nauwelijks voor techniek kiezen, is vooral door de sociale omgeving bepaald’, zegt Van Wijk. ‘In het project ‘De Glazen Muur’ sprak ik een 35-jarige vrouw die altijd lasser had willen worden. Haar omgeving raadde haar dat af. Gesteund door het project heeft ze zich toch laten omscholen en nu is ze met veel plezier en succes lasser. Het kan dus wel. Uit onderzoek blijkt dat vooral moeders de schoolkeuze van kinderen bepalen. Techniek krijgt bij hen nauwelijks aandacht. Daar komt nog eens bij dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in Twente 2,7 procentpunten lager is dan het Nederlands gemiddelde. Dat helpt ook niet mee.’ De randvoorwaarden voor het slagen van dit project zijn in elk geval gunstig, zo benadrukt Weterings. Het Twentse initiatief wordt namelijk ondersteund door een grote groep organisaties: de betrokken scholen, het Technocentrum Twente (dat organiseert en managet de planning en de financiën van het project en zorgt voor de communicatie met de buitenwereld), VNO-NCW, bedrijven in de regio, de gemeente Enschede, UWV en verschillende organisaties voor maatschappelijke ontwikkeling en arbeidsparticipatie van vrouwen in techniek. ‘We zijn heel verheugd over de enorme bereidheid van deze organisaties om met elkaar samen te werken. Een bijkomend voordeel is dat de scholingsboulevard, een van de deelnemende scholen, al ervaring heeft met het afstemmen van vmbo- en mbo-curricula.’ Ook volwassenen Naast onderwijs voor meisjes, wil de projectgroep ook volwassen vrouwen in de regio warm maken voor techniek. Het gaat hier om zogenaamde NUG’ers: Niet-UitkeringsGerechtigden. ‘We ontwikkelen voor hen op dit moment vijf verkorte techniekopleidingen’, vertelt Weterings. ‘De inhoud daarvan is afhankelijk van de sectoren waarin de meeste vraag is naar werknemers. Alle vijf opleidingen beginnen algemeen, waarna de modules steeds specifieker worden’. Na de zomer gaat een wervingsbrief naar duizend vrouwen in de regio. ‘We hopen er minstens dertig te verwelkomen bij de opleiding’, aldus Weterings. ‘Ook de gemeente Enschede werkt mee’, vult Van Wijk aan, ‘bijvoorbeeld met kinderopvang’. Met het project hopen de betrokken organisaties in elk geval een idee te krijgen van een oplossing voor het tekort aan technisch personeel. ‘Onze doelstelling is om in december 2010 minstens 15% meer meisjes een technische opleiding te krijgen’, zegt Van Wijk. Weterings: ‘We streven ernaar om op het vmbo straks groepen van vijftien tot twintig meisjes in technische vakken te krijgen. Dat zou een geweldige vooruitgang zijn’. « Nieuwsoverzicht |





